Trainingsopzet Personages
Hieronder een voorbeeld van een trainingsopzet van een les van ongeveer twee uur. Dit is natuurlijk een les met vervolg, omdat er meer technieken zijn. Daarnaast zijn alle personagetechniek alleen bedoeld om inspiratie te genereren voor het neerzetten van een relatie en een scene. Alleen een personage creeren geeft immers nog geen verhaal, spelvorm of scene.
Trainingsopzet Personages
Samenvatting van de les:
Het maakt niet uit, welke techniek je gebruikt. Als je maar kiest en de consequentie neemt van je keuze.
Korte introductie wat het plan is van de training:
- warming up.
- twee technieken voor het creëren van personages: vanuit een voorwerp en vanuit een dier.
- scenes spelen met de gecreëerde personages.
Warming up:
- Tikspelletje waarbij er gespeeld wordt vanuit een personage wat wordt aangegeven door de tikker of de begeleider.
- Annemaria koekoek met personages: wie hem is, geeft de personages aan waarin met daarna moet gaan lopen.
- Rondlopen en de begeleider benoemt 4 verschillende insteken waarmee een speler rond kan lopen: lang en dun, oud en verstrooid, mooi en slim, breed en dom. Hierdoor kun je fysieki goed het verschil laten zien. Leg de nadruk op het fysiek neerzetten en de rust bewaren tijdens het lopen. Evt. kan een spelelement toegevoegd worden, zoals een ontmoeting, iets zoeken, de weg vragen, etc.
- Ik en jij oefening: de ander tot een personage maken: 1 iemand zit op een stoel, de rest vult dit personage in.
Twee personagetechnieken:
- Een personage creëren vanuit een voorwerp.
- Noem een voorwerp, als een bezem, mes, geweer, bolletje wol, fietsbel, gehaktbal, stuk oude kaas, appel, halsketting, vrachtwagen, leunstoel, toilet. Zet dat om in het lichaam. Dat is lastig om letterlijk te doen, maar het gaat erom dat een speler probeert dat te vertalen in een fysieke houding. Welke fysieke associatie heeft een speler bij dat voorwerp?
- Ook hier weer mogelijke uitbreiding met spelelementen zoals ontmoetingen, dagelijkse handelingen.
- Hou vanuit dat gecreëerde personage een monoloog. Een verhaal waarom hij zij is zoals hij is. Bijvoorbeeld hij/zij vertelt over vroeger: ik herinner me nog heel goed: ik was … jaar en…
- Een personage creëren vanuit een dier
- A fluistert B een dier in het oor bijv. een aap: B loopt eerst groot in de kring een rondje en brengt langzamerhand de aap naar menselijke proporties. Wat kan helpen is de schaalverdeling van 1 tot 10. Bij 10 wordt het dier heel duidelijk fysiek neergezet, bij 1 is het heel klein. Als deze aap over straat zou lopen, zou het nauwelijks opvallen dat het een aap is.
- Veiliger is het om dit in tweetallen te doen.
- Geef het dier een stem en laat het vertellen over zijn drijfveren. Wat is de essentie van dit dier? Waarom is dit beest op aarde? Psychologiseer hem. Waar is hij op uit? Wat is de grondtoon van dit dier (optimistisch, boos, bang?)
Scenes spelen vanuit gecreëerde personages.
- De groep staat in een binnen en een buitencirkel. De binnencirkel stelt een normale vraag aan het personage wat voor hem of haar staat in de buitencirkel. Dan draait de buitencirkel een plaats door. Het personage in de binnencirkel stelt dezelfde vraag, maar er staat steeds een ander personage voor je. De trainer kan hierin variëren: de binnencirkel verandert wel het personage, maar niet de vraag. Of verandert niet van personage en vraag. Alleen de buitencirkel doet dit.
- Helft van de groep speelt een fysiek personage die bezig is met een herhaalbare handeling. Bijv. iemand kiest een aap als fysieke ingang en gaat in dat personage stofzuigen. De rest loopt rond, tikt af en neemt dat personage met de handeling over. Als je afgetikt bent, ga je een nieuwe zoeken.
- Speel een routine met gecreëerde personages in locaties. Geen scenes, maar gewoon alledaagse routines in bijvoorbeeld een hotel, de garderobe in een theater, de bakker, de kaartjes controleur in de tram. Dit kan in groepen met wisselende samenstellingen, zodat er veel verschillende personages kunnen worden geoefend zonder druk om een scene te maken.
- 2 tallen. Spreek een locatie af en bedenk voor jezelf een dier. Ga op zoek naar de balans tussen subtiliteit en input. Het dier kan een speler daar een houvast bij geven.
- Theatersportspelvormen: 1 scene - 3 dierenMen speelt een basis scene, maar speelt die over als 2 eksters (nieuwsgierig), 2 uilen (grote ogen), 2 koeien (langzaam). Dit kan je ook vragen aan je publiek als suggestie. Of als je een scene moet spelen, speel je het eerste dier wat er in je opkomt. En met die input kom je op.
- Ook mogelijk als scenes: ‘dierenfeestje/dieren 8baan’ (i.pv. emotioneel feestje of emotionele 8 baan) De dieren-diashow,
- Speel een scene met een relatie of een mededeling waar je tegen op ziet.
Tip voor het vasthouden van een personage. Focus op één ding: wat is het kenmerk van dit personage? En doe vooral minder, zodat een speler zich kan focussen op het personage en niet bezig hoeft te zijn met het verhaal.
Geloofwaardige personages: Tot slot nog een paar oefeningen om personages meer diepgang te geven.
- Mantra’s: neem een overtuiging voor jezelf in je hoofd: zo ben ik. Dit is wat ik denk. Denk dit eerst, voordat je antwoord geeft.
- Speel een typetje, maar ga op zoek naar een drive. Wat is zijn of haar passie? Wat wil hij of zij? Pak een techniek en vind er een drive/verlangen bij.
- Speel een typetje en kom op in een locatie en maak die opkomst eerst heel groot. Herhaal dit een aantal keren, maar maak het steeds kleiner. Hoe kleiner, hoe geloofwaardiger
- Schrijf op een briefjes wat je van jezelf vind: ‘Ik vind mezelf…’ Of wat je van de ander vind: ‘Ik vind jou…’
- Wat is de grondtoon van een personage, maar laat dat niet teveel zien. Probeer juist te verbergen dat je iedereen wantrouwt of verliefd wordt op alles en iedereen wat je ziet. Dit creert onderlagen in je spel en daarmee geloofwaardigheid.
- Tweetallen: Je houdt een monoloog voor jezelf, waarin je heel erg uitpakt in je emotie, waarom je zo boos verliefd vrolijk bent. Wees bijv. extreem bang en breng het terug, want je moet over straat. Denk aan het beeld van Zadkine: tel tot 3, maak het heel groot en breng het terug.


