Afsluiters

Hieronder vind je als boekbonus een lijstje met 35 vormen om een training af te sluiten. Inhoudelijk of vooral leuk. Kort of lang. Onzinnig of bewerkelijk. Aan jou de keuze...

Gabriel

Twee spelers. Speler 1 genaamd Jan, stelt zichzelf voor als Gabriel de aartsengel en zegt tegen speler 2: nou je gaat straks geboren worden, ik zal je iets vertellen over wat er daar gaat gebeuren. Je gaat Jan heten en ik ga je vertellen over een training die impact heeft gehad. De idee is dat de speler 1 over zichzelf praat en de ander hem vragen stelt over hoe het gaat zijn. 

 

Eénstemprofessor: 

Er wordt door de hele groep gesproken zoals de theatersportspelvorm: iedereen spreekt tegelijk in 1 stem. De vragen van de docent houden het simpel en het kan soms gaan over de training an sich. Verwacht dat er niet veel meer uitkomt dan: leuk of een catchfrase die vaker naar voren is gekomen tijdens de training. Is vooral bedoeld als  leuke en sfeervolle afsluiter en minder inhoudelijk.

 

Vier mensen op een rij:

Evaluatie in 64 32 16 8 4 of 60-30-15 7,5 sec. Dus nummer l doet een evalutie in 60 sec, nummer 2 in 30 

 

Teambeelden:

met zijn allen zet je neer l beeld wat willen we behouden, 2 wat gaan we vanaf morgen anders doen. (of andere evaluatieve vragen) De jracht zit in het neerzetten in een beeld

 

Over de band roddelen: 

Een van de deelnemers belt naar huis en vertelt wat hij ervaart. Trainer kan het ook doen, vanuit professionele rol. Nog leuker is:

 

Achter je rug om roddelen: 1 iemand zit op een stoel. 3 anderen roddelen een minuut lang positief over degene die voor zit.

 

Een woord per keer verhaal.

De groep evalueert maar men mag maar l woord per keer toevoegen. De trainer begint met de aanhef van het verhaal: "er was eens een groep trainers die een train-de-trainer volgden. ·       

 

Groepje van vijf: A: (naam persoon) B je bent:.... C Houden zo.... D Meer doen... C minder doen...

 

·Zet een beeld neer van jezelf/het team voor de training en na de training

 

  • Dia show

In 5 tableau vivants laten zien hoe het proces is geweest en l iemand aan de kant vertelt er wat over.

 

Ieder schrijft op een briefje wat hij/zij heeft geleerd, doet het in een bak. Iemand trekt een briefje, leest voor wat er op staat en geeft er zijn visie op. Of hij/zij probeert te raden wie dat heeft geschreven en waarom, (dit is minder anoniem, dus je krijgt minder onderbuikgevoelens)

 

Ieder roept l zin over de ander. Wat ik meeneem als een herinnering aan jou is... Wat ik

geleerd heb door met jou deze training te doen is...

 

De speler links van je: zeg iets positiefs, degene rechts van je: werkpunt. Iedereen krijgt l minuut

 

Iedereen krijgt net zoveel briefjes als er personen zijn. Trainer roept de naam van 1 persoon van de groep. Iedereen schrijft op briefjes een verbeterpunt gedurende l minuut. Daarna: Houden zo! Ook l minuut. Dan inleveren bij de desbetreffende persoon. Vervolgens de volgende. Als iedereen is geweest, lees je het door en is er tijd voor vragen en discussies over wat er geschreven is.

 

Welk motto neem je mee? Welk boek ga je nog lezen? Welke cursus ga je nog volgen? 

 

Laat mensen voor de groep staan en hun intentie voor de aankomende tijd declareren.

·Extra moeilijkheid: voeg toe dat iedereen 'ja' moet zeggen als ze het geloven. Pas wanneer de

meerderheid ‘ja’ zegt, mag iemand gaan zitten.

 

Metaforen: Zoek een metafoor voor jezelf en je proces en vertel een verhaal/sprookje van l a 2 minuten daarover.

Zoek een beeld waarin je jezelf beschrijft voor en na de training: voor de training was ik

een lammetje omdat..., nu ben ik een olifant omdat...

In deze lijn ligt een variatie daarop:

Ga zitten en doe je ogen dicht. De trainer benoemt een voorwerp, zoals bijvoorbeeld een auto. Welke auto zie je dan? Of wanneer je denkt aan een dier, een bloem, een huis, wat zie je dan?

 

Rondlopen door de zaal en je hebt nog 5 minuten om te zeggen watje nog kwijt

moet/positief7negatief aan iedereen in de groep.

 

Verhaal op een rij: iedereen staat op een rij. De trainer wijst aan wie aan het woord is, als

hij iemand anders aanwijst, moet die persoon naadloos verder gaan. Geen haperingen,

herhalingen, maar het moet een doorgaand verhaal zijn.

 

Kring: wat wil je nog doen in een geluid of een beweging. l doet het voor, de

rest, doet het na.

Variant hierop: Elke speler begint met de zin: ik heb zin om..." (te schreeuwen, op een been te staan enz. )

Schaallopen:

Plaats een denkbeeldige lijn in de ruimte of op een vel papier het begin van de lijn is de nul en het einde van de lijn is 10.

Stel vragen zoals bijvoorbeeld: ‘in hoeverre vind je de training geslaagd?’ Of ‘in hoeverre heb ik mezelf ingezet om er het maximale uit te halen?’ Of: ‘in hoeverre heb ik iets geleerd’, etc. De nul geeft aan: totaal niet geslaagd en de 10 is absoluut geslaagd. 

 

Verteller: er is een verteller die een verhaal vertelt over de groep. De spelers spelen het uit.

 

Parelketting:  Aan de ene kant van de zaal staat speler 1 die zegt de zin: ‘Er was eens een groep die deed een training in…’ Dan is gaat speler 3 aan het einde staan en roept de laatste zin: ‘Dus vandaar dat…’ of  ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’ Maakt niet zoveel uit. Als het maar duidelijk de laatste zin is. Vervolgens gaat speler 3 op een plek staan daartussen in en zegt een zin die in dat verhaal zou kunnen voorkomen. Dan herhaalt speler 1 zijn openingszin, speler 3 zegt zijn zin en speler 2 eindigt weer zijn verhaal. Daarna gaat speler 4 weer op een andere plek staan, zegt een zin en wederom herhaalt speler 1 zijn openingszin, speler 4 voegt zijn zin toe, speler 3 herhaalt en speler 2 sluit af. Zo gaat dat door, waardoor het steeds moeilijker wordt om het verhaal kloppend te krijgen. En daar ligt de uitdaging.

 

Complimentendouche: Groepshug, schouderklopjes geven aan elkaar. Naar elkaar roepen wat je geweldig vindt aan de ander. Uitzwaaien van de anderen, etc. 

 

Delen, yeah! Iedereen staat in een kring. Ieder deelt iets over de training in de groep. De rest incasseert alleen en  geeft een kort en zacht applaus of knikken en roepen ‘yeah, yeah, yeah’.

 

Raketje: Snelle afsluiter, werkt goed. Iedereen staat een kring; iedereen doet zijn hand om laag in het midden. Alle handen raken elkaar. Dan begint men met het maken van een geluid, wat steeds luider wordt. Tegelijkertijd gaan de handen omhoog tot ze op het hoogste punt zijn. Dan is het geluid ook op zijn luidst.

 

Iedereen staat in een cirkel: de trainer stelt de volgende 3 vragen:

Wat werkte vandaag goed?

Welke keuzes gaven plezier?

Wat heb je geleerd of ontdekt in deze training?

 

De Sneeuwbal:

Een speler wordt bekogeld met propjes papier (de sneeuwballen).

De andere spelers hebben hier tips en tops opgeschreven. 

Daar hoeven ze niet persé hun naam bij te schrijven. Zo kun je anoniem evalueren

En ook heel belangrijk: Vergeet niet de vorm: ………    

(vul dit verder zelf in. Zoals al in het boek staat aangegeven, meerdere theatersport spelvormen kunnen omgebouwd worden tot evaluatievormen. Het is aan jou als docent om de creativiteit in het moment te vertrouwen. Veel vormen dienen zich namelijk als vanzelf aan. Dat is dan ook de afsluiter die nodig is.