Blogs De IMPRO-cirkel

Improviseren is een proces, geen product

 

Kun je improvisatie dan trainen? Niet als product wat je maakt, maar wel het proces waardoor je een product krijgt wat je kunt laten zien. Dat is het meest essentiele verschil tussen teksttheater en improvisatietheater. Bij teksttheater werk je gedurende een aantal weken aan het creeren van een eindproduct: de voorstelling. Bij improvisatietheater werk je eigenlijk voortdurend aan het oefenen van het proces van het maken van een voorstelling. Wanneer je dat voldoende beheerst, kun je het presenteren. Je kiest dan ook de vorm, die past bij het moment waar je als speler of als groep op dat moment bent. Een beginnersgroep speelt een theatersportwedstrijd omdat er genoeg veiligheidsmarges zijn ingebouwd om het te laten werken en het proces van improviseren zo optimaal te kunnen ondersteunen. De broodnodige spanning komt voort uit de wedstrijdvorm. Ondersteuning en coaching door de rechters. Succes door de spelletjes, die snel leuk zijn, etc. Een tijdje later begint het te wringen omdat spelers het improvisatieproces beter beheersen. De lange vorm lonkt met nog meer vrijheid, speelmogelijkheden en minder ingebouwde veiligheid. 

Improviseren is een proces, geen product. Dat is de scene. Voor een goeie scene moet je het proces om de scene te maken, steeds oefenen.  Dat kan door niet ten prooi te vallen aan de tirannie van het JA zeggen en steeds nieuwe dingen zien en oppakken. Het gaat om de kunst van het kiezen.

Improviseren is het proces, de scene is het product. Het proces van improviseren is een kwestie van voortdurend oefenen en fijnslijpen. is de eeuwige vrijheid van het improviseren..

Hoe meer keuzemogelijkheden, hoe meer keuzevrijheid verandert in een tirannie van de keuze. Beperking werkt juist bevrijdend, i.p.v. beperkend. Je wordt immers niet meer gehinderd door keuzestress.

Druk druk druk geeft je een statusbevorderend gevoel, voor sommigen leidt dit vooral tot stress, en strijd

FOMO: de angst om iets te missen wordt versterkt door de nabespreking na een voorstelling: je had ook de ander om zeep kunnen brengen. Inderdaad, dat had je ook kunnen doen. Het belangrijkste nderdeel van improviseren is leren accepteren wat er is. Dat geldt dus ook voor het gegeven dat je iets anders had kunnen doen, maar niet hebt gedaan. Er om lachen is het enige wat je kunt doen.

  

De Improcirkel als basis van elke improvisatie

Oftewel: hoe werkt improvisatie? 

Als speler oefen je natuurlijk vooral op vaardigheden. Maar hoeveel improvisatievaardigheden en technieken je ook oefent, het gaat pas werken als je op een dieper niveau inzicht hebt in het proces. Het werkt niet andersom. Alleen vaardigheden aanleren, werkt niet. Om goed te kunnen improviseren moet je kunnen zien waar het proces stagneert. Daarom begint wat mij betreft, alle improvisatietraining eerst met het besef van het proces. Daar gaat de Improcirkel over. En dus de Cirkeltraining

 

Wanneer je improviseert, ga je uit van een accepterende mindset.

Dit staat centraal bij elke stap van het improvisatieproces wat ik de improcirkel noem.

 

Daarna komt pas de vorm zoals:

  • voorstellingsvormen
  • speelstijlen
  • oefeningen 

 

Het zijn weliswaar de werkvormen waarmee je traint, maar leren improviseren begint met inzicht in het proces, niet bij de vorm. Wanneer je geen aandacht schenkt aan de vaardigheid die getraint word, dan is de vorm ook niet meer dan een vorm. Dat is vaak ook de reden, waarom een spelvorm niet goed word uitgevoerd en/of begrepen. Elke spelvorm heeft een onderliggend trainingsdoel. De vraag is of dat doel altijd duidelijk is of dat het doel duidelijk wordt gemaakt door de trainer. In mijn ervaring tijdens de train de trainers is dat niet zo. De meeste trainers weten nauwelijks te benoemen wat het achterliggende doel van een oefening of spelvorm is. Je hoort dan: ‘hij is gewoon leuk om te doen’ of; ‘Energie’ ‘Losmaken’ ‘Falen’ Okay, als falen het doel is, hoe werkt dat dan bij deze oefening? Wat leert de deelnemer over falen?

 

Sommige voorstellingsvormen, zoals theatersport, vragen weinig oefening, omdat de vorm zo bedacht is, dat het improvisatieproces wordt ondersteund en het snel ‘lukt’.  Met ‘lukken’ wordt bedoeld: het is niet heel belangrijk dat je het volledige improvisatieproces beheerst. De vorm zorgt er voor dat het snel leuk is om naar te kijken. Wel is het zo dat het een genot is om een simpele spelvorm, zoals een emotionele achtbaan uitgevoerd te zien door spelers die het proces of de improcirkel wel goed beheersen. Wanneer het niet zo vloeiend gebeurt, is het nog steeds leuk, als de spelers zichzelf toestaan om glorieus te falen. Dat heet dan meer te maken met een andere vaardigheid die je leert d.m.v. improtraining: fouten mogen maken. 

Je kunt ook een moeilijke improvisatievorm spelen zoals een vrije scene of Solo-improvisatie. Hierbij vallen veel ondersteunende vormen weg, dus moet je bovenstaande aspecten meer hebben eigen gemaakt. Ook improviseren is immers een vak en een kunde. 

 

Een voorbeeld uit de improvisatiepraktijk over bovenstaand verschil:

Emotionele achtbaan: je hebt een aantal zekerheden zoals een suggestie over een handeling die je kunt starten. Je weet ook dat je niet heel erg goed iets moet neerzetten omdat er straks een emotionele wisseling komt. Dat maakt alles wat je doet, leuk en daarnaast weet je uit ervaring dat je daardoor ‘leuk’ gevonden wordt door het publiek. Je vermindert je angst, dat je niet weet wat je moet gaan spelen en gaat in ieder geval niet ‘af’.

Soloimproviseren: je hebt geen houvast als startpunt (mits je dat niet gevraagd hebt) Ook weet je dat je langer interessant moet blijven en dat je dat in je eentje moet gaan doen. De vorm haalt dus een aantal zekerheden weg, waardoor je meer moet vertrouwen op de vaardigheden die je in de loop der jaren als speler hebt geleerd. Zoals bijv. de vaardigheid, die je hebt geleerd bij het oefenen van de emotionele achtbaan, dat een emotionele wisseling het snel interessant maakt om naar te kijken. En dat een emotionele wisseling helpt om een volgende stap in het verhaal te zetten. 

Dus qua improvisatie zijn 3 dingen essentieel

Als eerste:

Een accepterende mindset of houding t.ov. van jezelf en je medespeler. Dit gaat dan ook over ieders persoonlijke normen en waarden van waaruit je leeft. Zonder de juiste mindset, kom je sowieso niet in de juiste flow die je nodig hebt om vloeiend te kunnen improviseren. Dan blijf je geblokkeerd tijdens het proces. Vandaar dat een goeie improvisatietraining van invloed is op je mindset. Dit gaat ook over het veel geclaimde idee dat improtraining werkt. Maar waarom werkt het? Wat zegt het over iemand zijn gedrag?

Ten tweede: 

Inzicht in het proces: de improcirkel. Als je niet snapt hoe improviseren werkt, dan heb je dus ook niks aan het aanleren van vaardigheden zoals het neer kunnen zetten van een personage. Of hoe je een scene start. Of wanneer kom je op? Al deze vragen, worden beantwoord, als je inzicht hebt in hoe het werkt en hoe je samen iets creëert.

Ten derde:

de theatrale vaardigheden. Pas als je weet WAT je moet doen, kun je invulling geven aan HOE je moet doen. Eerst proces, dan pas vaardigheden. En, zoals gezegd, niet andersom. De training moet dus gaan over het aanleren van het proces. De vaardigheden zijn nodig om de stappen van het proces uit te kunnen voeren. Het is dus nodig om theatrale vaardigheden aan te leren, zoals dingen aan laten komen, extravert of introvert spelen, personages kunnen inzetten, accepteren i.p.v. blokkeren. 

Hoe leer je dit? 

Door te starten met de juiste (groei-)mindset. Deze mindset kun je ervaren door het spelen zelf. Als je niet een accepterende mindset kunt aanenemen, zul je ook niet verder komen in het spelen van een scene. Het een genereert het ander. Vandaar dat spelen volgens de improcirkel de manier is om al de aspecten van improviseren te laten ervaren en te oefenen.

Dat daarbij improoefeningen als kapstok kunnen dienen, dat spreekt voor zich. Maar het behoeft een aanpassing van de meeste oefeningen, richting de Improcirkel

En daar ligt nog braakliggend terrein om te ontginnen….

 

Een blog over de IMPRO-cirkel in de praktijk

 

Het verhaal zoals het echt is gebeurd:  

Lang geleden was er een vrouw die bezig was om in haar keuken de avond maaltijd te  bereiden. De deur zwaaide open en wat bleek: daar stond haar zoon, die jaren geleden de wereld was ingetrokken. Eindelijk was hij teruggekomen, want hij zei: ‘Hallo moeder, ik ben er weer en heb je vreselijk gemist de afgelopen jaren’. Zijn moeder schrok zich rot in eerste instantie en haar eerste gedachte was: ‘Mijn zoon is terug, die had ik niet meer verwacht’. En meteen voelde ze ook de pijn die hij haar had aangedaan en dacht: ‘Laat hem vooral niet zien, hoe je gekwetst bent door hem. Straks doet hij je weer pijn. Dus ze zei: ‘Wat bedoel je? Ik ben je moeder niet '. De zoon raakte danig van streek door dit antwoord. Hij was zielsgelukkig om na al die tijd weer thuis te komen. En nu werd hij ontkent door zijn eigen moeder. Onmogelijk. Dus probeerde hij het opnieuw: ‘Maar mam, herken je me niet? Ik ben het. Je zoon!’ Zijn moeder kon dit niet langer negeren en zei: ‘Oh mijn god, nu herken ik je pas. Je bent zoveel veranderd sinds de laatste keer dat ik je zag!’ Ze probeerde hem te omhelzen. Maar dat ging iets te snel voor de zoon. Dus hij deed een stap achteruit. Zijn moeder, voelde weer even de pijn van zijn vertrek en verstarde. Daarop besloot ze haar pijn te verbergen en gewoon verder te gaan. Ze zei: ‘Nou, fijn. Je bent er weer, dus trek je schoenen uit en ga aan de tafel zitten.’ De zoon stapte naar binnen en begon na te denken over wat hij nu moest doen of zeggen. Ze keken elkaar even zwijgend aan. De zoon zat aan tafel. Moeder maakte het avondeten klaar. Een tijdje was het doodstil in de keuken.

 

Hetzelfde verhaal vanuit het perspectief van een impro-speler.

‘Mag ik een locatie alstublieft?’ vraagt ​​Pamela. Ze staat op het punt een scène te beginnen. Iemand uit het publiek roept: ‘De keuken’. Pamela zegt: ‘dankjewel’, terwijl ze ondertussen denkt: ‘Shit, ik heb deze suggestie al een keer gehad bij de laatste show, dus wat nu?’ Stel dat iemand van het publiek er toen ook was geweest? Ze probeert na te denken, wat ze met de suggestie kan doen. Maar de lichten gaan aan en ze kan niets anders bedenken dan het meest voor de hand liggende. Ze begint een maaltijd te bereiden. Na het snijden van de wortels, dwalen haar gedachten af. Is dit interessant om naar te kijken? Hoe kan ik een verhaal verder ontwikkelen terwijl ik hier wortelen zit te snijden? Wanneer komen mijn medespelers binnen? Een licht gevoel van paniek kruipt omhoog. En ze kijkt op haar horloge. Hopelijk begrijpen haar medespelers het signaal. En gelukkig: JA! de deur gaat open en Justin komt binnen. Het is geen briljante speler, maar… hé… hij helpt haar. Justin zegt zijn openingszin: ‘Hallo mam, ik heb je zo gemist de afgelopen jaren. Ik ben terug’. Pamela is een beetje geschokt. Ze verwachtte iets anders. Wat bedoelt hij hier nu mee? Dus ze zegt: ‘Heuh? Wat bedoel je? Ik ben je moeder niet '. Justin had een vriendelijker antwoord verwacht en voelt zich afgewezen. Pamela keek tenslotte op haar horloge en had hulp nodig. Zo'n slechte openingszin is dit toch ook niet. Vorige week maakte hij een grotere blunder tijdens de training. Dus herhaalt hij nog maar een keer: ‘Maar mam, herken je me niet? Ik ben het. Je zoon! Pamela hoort plotseling de stem van de impro-docent die zegt: ‘Niet blokkeren!’ Ze ziet haar antwoord als een klassiek blok en probeert de schade te herstellen. Ze zegt: ‘Oh mijn god, nu herken ik je pas. Je bent zoveel veranderd sinds de laatste keer dat ik je zag!’. Goed antwoord, denkt Pamela. Net op tijd om de scène te redden. En dus gaat ze nog een stap verder. Als ik hem jaren niet heb gezien, zou een moeder haar zoon moeten omhelzen. Dus daar gaat ze, met haar armen wijd open op weg naar haar zoon. Voor een knuffel. Justin is van huis uit, niet gewend aan fysiek contact. De open houding van zijn medespelers is een van de dingen die hem aantrekt in het improvisatietheater. Maar dit gaat zo snel, dat zijn oude overlevingsmechanismen en patronen naar boven komen en hij deinst achteruit. Pamela verlamt ter plekke. Over de afwijzing. Om nog maar te zwijgen van de onbewust ingeprente regel in Covid-tijden om elke vorm van fysiek contact te vermijden. Volgens haar gaf ze een echte ‘JA EN’ reactie gegeven. Accepteren van het aanbod van haar medespeler en een daaropvolgende actie die het verhaal verder brengt. Ze denkt: ‘Wat moet ik nu met deze scene, als Justin me zo duidelijk blokkeert?’ Ze hoort nu al de feedback die de leraar ongetwijfeld zal hebben na afloop van deze scène. Enigszins uit het veld geslagen gaat ze terug naar het oorspronkelijke idee en zegt: ‘Nou okay, je bent er weer, dus trek je schoenen uit en ga aan de eettafel zitten.’ Beide spelers zijn nu pas echt in paniek. Hun oorspronkelijke spelimpulsen zijn door de andere speler afgewezen. Dus ze weten het allebei even niet meer en doen er het zwijgen toe. Hij gaat aan tafel zitten. Zij kookt verder. Hun geest draait op volle snelheid en worstelt met de vraag: ‘Wat nu?’ De spanning en ongemakkelijkheid is voelbaar en het blijft een tijdje stil in de keuken. Totdat…

 

En dit verhaal volgens de improcirkel 

Pamela vraagt ​​om een ​​locatie en krijgt van het publiek: ‘de keuken’. Er zullen veel gedachten in haar hoofd doorgaan. Dat is al een enorm cadeau om op te merken. Binnen een paar seconden gaan de lichten aan, dus ze moet een keuze maken. De sterkste constatering is het feit dat ze vorige week al een scène in een keuken heeft gespeeld. Het geeft haar een gevoel van verveling. Niet alweer de keuken? Maar ze accepteert het gevoel en laat het even zakken. Wat zijn de mogelijkheden als je het gevoel van verveling gebruikt. Een huisvrouw die het zat is om de dagelijkse maaltijd te bereiden? Verveling in een keuken, kan ook gaan over het mes dat zijn beklag doet dat dit niet was wat hij verwachtte toen hij vol ambitie in de keukenwinkel terecht kwam. Of een oude man, die verveelt is, omdat hij elke dag een magnetronmaaltijd in de oven moet zetten. De lichten gaan aan, dus Pamela maakt een keuze. Elke keuze zou uitstekend zijn geweest, maar dit is wat ze kiest. Ze gaat wortels snijden en is begonnen met improviseren. De inspiratie die haar ingegeven is door haar gevoel van verveling is voorbij, maar zo direct gaat Pamela zich druk maken over wat ze moet gaan spelen. Stress vezekert. Maar wanneer ze daarna er opnieuw voor kiest om de Impro-cirkel te volgen, kan ze het verhaal meer laten ontstaan i.p.v. dat ze het hoeft te verzinnen.

 

Wat is de Impro-cirkel? 

De improcirkel is een model om te laten zien hoe improvisatie werkt. Elke improvisatie volgt namelijk hetzelfde patroon. Je observeert wat er in het hier en nu gebeurt. Je accepteert volledig wat er is. Daarna houd je je geest open voor wat er zou kunnen gebeuren. Je kijkt naar de mogelijkheden en maakt een keuze. Dan reageer je met een zin of een actie naar je medespeler. En de cirkel begint opnieuw. Je medespeler merkt jouw woorden of handeling op, accepteert wat er werkelijk is, kijkt naar mogelijke reacties, maakt een keuze en antwoordt met een tekst of handeling. Enzovoorts. Zo kom je in de juiste flow van het improviseren. Beginners of gevorderden? Maakt niet uit. Het is hetzelfde proces voor elk type speler. Oftewel: iedereen kan leren improviseren. De improvisatievaardigheden ontwikkelen is immers vooral een kwestie van tijd. En sommige spelers leren sneller omdat ze een aantal vaardigheden al van nature hebben meegekregen. Of ergens anders hebben opgedaan. 

 

De meeste improvisatiecursussen leren spelers JA EN te zeggen, risico's te nemen en creatief te zijn. De improcirkel gaat in eerste instantie niet over deze vragen. Als je wilt leren improviseren, is het vooral een kwestie van zien wat er in het hier en nu gebeurt en daar op reageren. Elke gedachte die je hebt over jezelf, je publiek, het verhaal of zelfs je medespelers, maakt deel uit van wat er gebeurt. En kan de scène sturen. Als je de improvisatieregels leert, is dat geen garantie dat je scènes werken. Als je volgens de improvisatiecirkel speelt, wel. Het is immers een ontwikkeling op basis van wat er echt gebeurt. 

Natuurlijk zijn veel improvisatieregels behulpzaam. Maar het proces begrijpen komt op de eerste plaats. Als een scène vastloopt, kijk je naar de Improcirkel om te zien waar dat gebeurt. Dan kun je ook zien welke vaardigheid behulpzaam zou kunnen zijn om verder te ontwikkelen.

 

Even terug naar het verhaal ... 

Haar medespelers kijken naar Pamela en merken dat ze niet op haar gemak is. Ze snijdt de wortels, maar zit volledig ‘in haar hoofd’ en kijkt op haar horloge. Ha, daar is het bekende signaal voor hulp! Justin wil haar graag helpen. Ten eerste omdat hij Pamela erg leuk vindt en ten tweede omdat hij is opgeleid om een collega-speler, altijd te ondersteunen. Dus hij is wanhopig op zoek naar een idee. Hij voelt weer de liefdevolle gevoelens die hij heeft, wat een prima opening zou kunnen opleveren. Maar hij voelt zich een beetje ongemakkelijk om de scène te openen door haar mee uit te vragen. Daarnaast kijkt hij goed naar haar. Hij neemt waar, dat Pamela een beetje verdrietig is. Dus er valt hem iets in. Hij loopt naar voren en zegt: ‘Hallo mam, ik heb je zo gemist de afgelopen jaren. Ik ben terug’. Goede keuze, omdat hij daarmee erkent wat Pamela heeft opgezet en ook meteen een relatie neerzet. Overigens, hij zou ook gewoon de kamer binnen kunnen komen en zeggen: ‘Hoi’. Zolang het maar een directe reactie is op wat hij ziet. Het Wie, Wat, Waar is immers niet belangrijk. Als er maar een relatie is. En omdat het onmogelijk is om geen relatie te hebben op het toneel, is het vooral een kwestie van kijken wat er speelt. En vandaar uit een reactie geven.

Justin wist wat de relatie was en ging er voor. Vanaf dat moment is het een scene tussen moeder en zoon en gaat de scène verder in die richting. Zolang ze alles gebruiken wat er op dit moment gebeurt, zal de scène zich ook verder ontwikkelen. Als ze gaan nadenken en oordelen en proberen de improvisatieregels er bij te houden, verdwijnt de flow en loopt de scène vast. 

Je zou kunnen zeggen dat er in de scene een klassiek blok werd gezet. Of dat er sprake was van een aantal ontkennings- en overlevingsmechanismen. Oftewel genoeg mogelijkheden voor impro-feedback hier. Maar met te veel feedback, draait het wiel van spontaniteit meestal langzamer. Vooral omdat er voortdurend spelimpulsen zijn. Het sleutelwoord is accepteren. Dat is iets anders dan JA EN. Het gaat over daadwerkelijk accepteren van wat er in het hier en nu gebeurt. De JA is eerst. Dan even niks. Je hoeft dus ook niet te leren om in het hier en nu te zijn. Er is namelijk geen ander moment. Improvisatiespelers die bang zijn dat ze niet weten wat ze moeten verzinnen, hebben het grootste deel van hun ideeën al gemist. Improviseren in het hier en nu houdt in dat je alleen waarneemt wat er op dit moment in jou, met je medespeler en in de wereld om je heen, gebeurt. En daar vanuit een reactie geeft.

Daardoor is er altijd meer dan genoeg te spelen. 

Dan improviseer je vanuit een impro-flow. 

Fijne plek om vanuit te spelen.